Foto: Lyodoh Kaneko
De mythe rond Die Loreleispeelt zich af op een pittoresk stukje in Zuidwest-Duitsland, waar een mysterieuze sirene met haar magische gezang mannen verleidde en hen naar hun dood bracht. De beroemdste bewerking van deze mythe komt uit de pen van de Duitse dichter Heinrich Heine: een gedicht dat later door meerdere componisten op muziek werd gezet, onder wie Clara Schumann.
Het lot verbindt de Schumanns, Robert en zijn vrouw Clara, met de Rijn: zij woonden in Düsseldorf, waar de rivier langs stroomt, en tegen het einde van zijn leven stapte Robert Schumann de Rijn in, in een poging tot zelfmoord. Uit deze getormenteerde periode stamt zijn Eerste Vioolsonate, waarin de conflicterende emoties een hoogtepunt bereiken.
Het lot verbindt de Schumanns ook met componist Johannes Brahms, die als jonge twintiger voor het eerst het huis in Düsseldorf betreedt. Sindsdien ontstaat er een hechte band tussen de jonge componist en de oudere meester en diens vrouw — een band waarin ook (ongeantwoorde) liefde een grote rol speelt. Brahms componeerde graag, omringd door prachtige landschappen. Zijn Tweede Vioolsonate is wellicht niet geïnspireerd door de Rijnlandschappen, maar wel door de schoonheid van de Thunersee, enkele honderden kilometers verwijderd van de bron van de Rijn.